Aanbraden: rondom dichtschroeien
en bruin laten kleuren van vlees
Abalone: grote mossel met zeer aparte smaak;
wordt gebruikt in soepen, gesauteerde gerechten en salades
uit de Chinese keuken. Abalone uit blik is al gaar en
kan dungesneden koud worden gegeten. Opwarmen (sauteren)
dient zeer snel te geschieden anders houdt men plakken
rubber over. Beperkt houdbaar: blik afgieten (vloeistof
is uitstekend geschikt voor soep!); abalone afspoelen
met koud water en in goed afgesloten pot onder water in
de ijskast zetten; water om de andere dag verversen; ca.
een week houdbaar.
A blanc koken: de bodem van de taart zonder vulling
bakken (blind bakken).
Aanbruinen: het op een matig heet
vuur in vet donker fruiten van plantaardige voedingsmiddelen,
vlees of vis.
Aanlengen: toevoegen van vloeistof,
bouillon, fond, enz. Je lengt b.v. bisque van kreeft
aan met visfumet Deze vloeistof, het kookvocht, dient
om er het gerecht in te laten koken.
Aanzetten: verhitten en kleuren van
ingrediënten.
Aanzuren: het licht zuur tot pikant
zuur op smaak brengen van een gerecht met citroensap,
azijn of verjus.
Aanzweten: het zachtjes in boter of
vet verwarmen van groenten om ze zacht te maken zonder
dat ze van kleur veranderen.
Aardappelen: Wilde aardappelen werden
sedert de oertijd in Zuid-Amerika gegeten. Zij werden
50 jaar na Columbus naar Europa gebracht, waar hun waarde
als voedingsmiddel in eerste instantie niet erkend werd.
Pas honderd jaar later zag men de grote voordelen en
propageerde men de verbouw (Parmentier in Frankrijk,
1789). Zijn naam kreeg de aardappel in Italië en
Engeland van het Spaanse "papa", dat de veroveraars
van Zuid-Amerika van de inca's hadden overgenomen. Het
Duitse woord "Kartoffel" komt uit het Italiaanse
"tartifole", wat eigenlijk aardtruffel betekent.
De totale wereldoogst van de aardappel omvat bijna 300
miljoen ton. Meer dan 80% daarvan wordt in Rusland,
Polen en Duitsland geoogst. In streken met een gematigd
klimaat worden aardappels als zomergewas verbouwd. Men
onderscheidt voedings-, veevoer- en zetmeelaardappelen.
Zetmeelaardappelen worden voornamelijk verwerkt in stokerijen.
Bij de voedingsaardappelen kent men talrijke rassen;
bintjes zijn zachte kookaardappels, ossetongen hebben
een rode schil en smaken voortreffelijk, enz.
Aardbei
Een geslacht uit de rozenfamilie met ongeveer 15 soorten
in de gematigde streken van het noordelijk halfrond.
De vrucht heeft een meer of minder sterk rode kleur
en is samengesteld uit verschillende delen. De kleine
korreltjes in de bessen zijn de eigenlijke vruchten
(sluitvruchten) en de korte haartjes zijn overblijfsels
van de stijlen. De tuinaardbei, Fragaria x ananassa,
is waarschijnlijk een kruising van Fragaria chiloensis
en Fragaria virginiana, die in de 17e en 18e eeuw vanuit
Amerika naar ons land werd gebracht. De bosaardbei (Fragaria
vesca) was al bekend bij de oude Romeinen. Ze komt veelvuldig
voor in bossen en bosjes, en de vruchten worden van
mei tot in de herfst verzameld. Uit deze plant zijn
de wilde aardbeien ontstaan.
Aardnoot: zie pinda
Aardpeer: De benaming aardpeer is
een aanduiding voor twee verschillende planten: De eerste
soort, de Helianthus tuberosus (topinamboer), is een
klimplant met ondergrondse wortelstokken uit Noord-Amerika
en Oost-Azië. De Apios americana is de tweede soort.
De knollen van deze plant smaken iets zoet en worden
als aardappelen gegeten. Deze soort is familie van de
vlinderbloemenfamilie.
Abaisse: uitgerolde lap deeg
Abalone: grote mossel met zeer aparte
smaak; wordt gebruikt in soepen, gesauteerde gerechten
en salades uit de Chinese keuken. Abalone uit blik is
al gaar en kan dungesneden koud worden gegeten. Opwarmen
(sauteren) dient zeer snel te geschieden anders houdt
men plakken rubber over. Beperkt houdbaar: blik afgieten
(vloeistof is uitstekend geschikt voor soep!); abalone
afspoelen met koud water en in goed afgesloten pot onder
water in de ijskast zetten; water om de andere dag verversen;
ca. een week houdbaar.
Abbatis: slachtafval - poten, vleugeluiteinden,
nek, kop, lever en spiermaag van gevogelte.
Abricoteren: warm gebak of een dessert
bestrijken met warme abrikozenjam of -moes, om het te
doen glanzen en om de smaak ervan te verbeteren.
Abrikoos: is de aanduiding voor de vrucht
van de Prunus armeniaca. Deze soort bevat pitvruchten
zoals de perzik (kleiner dan deze), de kers en de pruim.
Abrikozen zijn vooral belangrijk als fruit, maar de bomen
worden ook wel als sierplanten gekweekt. De abrikoos komt
waarschijnlijk uit China. Rond 100 voor Christus werd
de plant naar Rome gebracht en in de 13e eeuw werd hij
in Noord-Europa ingevoerd. Sinds 1720 wordt de plant ook
in Amerika verbouwd. Economisch gebruik: Tegenwoordig
zijn de Verenigde Staten met een jaarlijkse productie
van 225 000 ton de belangrijkste producenten van de abrikoos,
gevolgd door Hongarije, Turkije, Spanje en Frankrijk.
De helft van de gehele abrikoosoogst wordt gedroogd.
Acaciahoning: blijft lang vloeibaar
en helder: aan het einde van de periode waarin de honing
in de handel wordt gebracht kan er echter sprake zijn
van een gekristalliseerd laagje dat nog altijd kleverig
is, afhankelijk van het watergehalte. De kleur is heel
helder, van bijna kleurloos tot strogeel; de honing
heeft een lichte, weinig indringende, fruitige, geconfituurde
geur die op die van de bloemen lijkt terwijl de smaak
uitgesproken zoet is, ietwat zurig en niet bitter. Het
aroma is heel fijn, gewoonlijk vanilleachtig, weinig
indringend en zonder bijsmaak.
Aceto balsamico: balsamico-azijn,
afkomstig uit uit Modena of Reggio Emilia in Noord-Italië.
Aceto balsamico wordt bereid op basis van ingedikt druivensap,
hij wordt door jarenlange gisting verkregen en ligt
vervolgens nog jarenlang te rijpen. Balsamico-azijn
is een waardevolle, peperdure kruiderij, die zeer spaarzaam
wordt gebruikt. Minimaal 12 jaar oud; meestal aangeboden
in flesjes van 1 dl. Let op: de meeste in de handel
aangeboden balsamico’s zijn imitatie.
Adellijk: van toepassing op wild en gevogelte.
Het bestervingsproces wordt op een koele plaats een week
lang voortgezet. Het vlees wordt daardoor malser en krijgt
een typische smaak en geur.
Adukiboontjes: kleine rode sojaboontjes;
worden in de Chinese keuken gebruikt in soep en in rode
bonenpasta voor zoete gerechten. Te koop bij macrobiotische
winkels en reformhuizen.
Afblussen: toevoegen van vloeistof
aan gebakken of gebraden voedsel in een pan.
Afhalen: het verwijderen van de draderige
delen van groenten.
Afschuimen: het schuim en het eventueel
naar de oppervlakte komende vet met de vuildeeltjes
en gestolde eiwitten van een kokende vloeistof met behulp
van een schuimspaan afscheppen.
Afsmaken: een gerecht sterk kruiden.
De smaak van een drank of van een saus met citroensap
of een geutje azijn verscherpen.
Afwerkingen:
• A l'americaine: een
klassieke bereidingswijze met schaaldieren, vooral kreeft.
• A l'archiduc: manier
van bereiden waarbij room en champignons gebruikt worden.
• A la/à l'Anglaise:
bereid op Engelse wijze. Voor groenten en aardappelen
betekent dat: in water gekookt; voor vlees en vis betekent
dat: gegrilleerd.
• Grand-mère:
opgediend met jagerssaus en dobbelsteentjes spek.
• Op Florentijnse wijze (à
la Florentine): manier van bereiden waarbij
voornamelijk vis en eieren op een laag gestoofde spinazie
gelegd worden. Het geheel wordt bedekt met mornaysaus,
bestrooid met geraspte kaas en gegratineerd in de oven.
• Op zijn jagers: bereidingen
(vlees, wild en gevogelte) die afgewerkt worden met
een jagerssaus (met gepelde tomaten en champignonblokjes).
• Op zijn Normandisch:
visbereidingen die afgewerkt worden met een Normandische
saus. Normandische saus is een vissaus die afgeleid
is van witte-wijnsaus met garnalen, mosselen en paling.
Alle gekookte of gepocheerde vissoorten kunnen op zijn
Normandisch afgewerkt worden.
• Op zijn Provençaals:
bereidingen die afgewerkt worden met een Provençaalse
saus (met tomaten, champignons in schijfjes).
Agar-agar: is een smaakloze stof,
gewonnen uit zeewieren, die in een verwarmde vloeistof
oplost en na afkoeling een gelei vormt.
Ahornsiroop: het aftappen van zoet
ahornsap uit de stam van de esdoorn is ontdekt door
Indianen in het noordelijk deel van America (Canada).
Volgens een oude Indianen legende maakte de god Nanabozho
zich zorgen dat mensen te veel zouden wennen aan de
heerlijke ahornsiroop als het te makkelijk verkrijgbaar
zou zijn. Daarom lengde hij het aan met water en verstopte
het diep in de prachtige esdoorn. Vanaf die dag was
het niet eenvoudig meer om ahornsiroop te verkrijgen.
Ahornsiroop wordt vooral gebruikt als zoetmiddel in
allerlei bakproducten, in appelmoes, stoofperen, in
fruitsalades, op pannenkoeken en als limonadesiroop.
Daarnaast wordt ahornsiroop ook als energiehoudend versterkingsmiddel
gebruikt bij voorjaarsafslank- en reinigingskuren, zoals
de citroensapkuur.
Aiguilettes: lang smal reepje vlees,
vis, gevogelte of wild
Aji-no-moto: een glutamaat uit Japan,
net als alle andere glutamaten uit plantaardig eiwit gewonnen,
zonder smaak en dus strikt genomen geen specerij. Het
doet echter de eigen smaak van gerechten beter uitkomen
en is daarom bijvoorbeeld in de Japanse keuken onontbeerlijk.
U kunt aji-no-moto voor alle pikante gerechten gebruiken:
voor soepen, groenten, Sauzen, vlees. Alata
pepre: kleine Spaanse pepers; zeer scherp.
Gebruikt in de Surinaamse keuken.
Al dente: Italiaans voor 'beetgaar'
. Van toepassing op pasta en groenten die tussen de tanden
nog wat weerstand geven. Alfalfa: Deze
spruitgroente ziet eruit als mini-taugé en ontstaat
uit ontkiemd zaad van de Luzerne-klaver. Duizenden jaren
geleden schreven de Arabieren al een genezende en vitaliserende
werking aan deze groente toe. Vandaar de naam AL-FAL-FA,
dat vader van alle voedsel betekent.
All-spice: Engelse benaming voor Jamaicapeper
of Pimentbes. Deze specerij wordt besproken in het Kruidenhoekje
Amandelen: amandelen zijn de vruchten
van de amandelboom. Er bestaan zoete en bittere amandelen.
Uiterlijk zijn de soorten niet van elkaar te onderscheiden.
U kunt gehakte of gemalen zoete of bittere amandelen gebruiken
voor: gebak, marsepein, amandelmelk, vleesvulsels. Bittere
amandelen mogen nooit rauw worden gegeten, omdat ze blauwzuur
(een giftige stof) bevatten. Na het bakken zijn ze ongevaarlijk.
Amandelmelk: Een melkachtig mengsel
van amandelpuree en water. Gebruik 175 gram amandelen
175 gram suiker 360 ml water. Giet over de amandelen
kokend water en ontdoe ze van het bruine velletje (blancheren).
Rooster de gepelde amandelen lichtjes op een bakplaat
in een voorverwarmde oven. Maak dan de amandelen fijn
in een vijzel of in een blender. Als u over een blender
beschikt kan tevens de suiker en het water worden toegevoegd
en blijft u mixen tot de suiker volledig is opgelost.
Amandelolie: Uit bittere amandelen
ontstaat door persing bittere amandelolie. Bittere amandelolie
werd tot voor kort gebruikt om het aroma van zoete amandelen
te versterken in bijvoorbeeld marsepein of amandelspijs.
Tegenwoordig wordt de bittere amandel vervangen door
de veel goedkopere abrikozenpit. Bittere amandelen zijn
hierdoor bijna niet meer te koop.
Amandelspijs: een mengsel van amandelen,
suiker en ei. Amandelspijs wordt gebruikt als vulling
van allerlei soorten gebak, bonbons en bij de bereiding
van koekjes.
Amaretto: een amberkleurige Italiaanse
likeur, gemaakt van bittere amandelen en abrikozepitten.
Traditioneel wordt amaretto na een dineetje geserveerd
bij de koffie, puur of met ijs. Amaretto is ook lekker
in de koffie of door warme chocolademelk, in cocktails
en longdrinks.
Amourette: Merg van kalf. Wordt bereid
als hersenen en als garnituur gebruikt in timbaaltjes
of pastei.
Ananas: De vrucht wordt (bijna) rijp
geplukt, omdat deze moeilijk narijpt. De smaak is heerlijk
fris zoet en heeft een kenmerkend aroma. Bewaar een
ananas niet in de koelkast, maar op een koele plaats
of op de fruitschaal. Verse ananas bevat een stof, die
er voor zorgt dat zuivelproducten vermengd met verse
ananas na enige tijd waterig worden. Ananas uit blik
heeft dit effect niet.
Andijvie: Andijvie is een kwetsbare
groente, die het liefst zo snel mogelijk na aankoop
moet worden gegeten. Verpakt in een plastic zak met
gaatjes kan andijvie enkele dagen in de koelkast worden
bewaard. Krulandijvie of frisee is een variëteit
met lichtgroene gekrulde bladeren. Heerlijk in salades.
Andijvie komt uit eigen land, maar wordt ook aangevoerd
uit onder andere Italië, Frankrijk en Spanje.
Anglaise: Samenstelling van eiwit,
olie, peper en zout, licht opgeklopt voor doorhalen
bij “paneren à l’anglaise”
Antipasta: algemene term voor koude
gerechten uit de Italiaanse keuken.
Aplatir: bekloppen met plat van bvb.
demichef of bijl, van bijvoorbeeld eenkalfslapje
A point: op punt, bakwijze van vlees
(tussen saignant en bien – cuit).
Appareil: een mengsel van verschillende
ingrediënten, bedoeld voor verdere bewerking.
Appelen: De appel is de meest populaire
vrucht in ons land. Bewaar appelen in de koelkast dan
blijven ze lekker knapperig. Appelen verkleuren na het
schillen snel bruin. Besprenkel ze daarom voor salades
eventueel met citroensap.
Arachideolie: Pindaolie met een neutrale
smaak.
Aromaten: kruiden en specerijen die
gebruikt worden om de smaak van een gerecht te versterken.
Enkele groenten zoals wortel, selder, prei en pastinaak,
worden ook zo betiteld.
Arroser: overgieten van een voedingsmiddel
tijdens het bereiden met de bekomen jus.
Arrowroot: zetmeel afkomstig uit de
wortelstok van verschillende tropische planten. Het
wordt gebruikt voor het binden van sauzen, soepen en
nagerechten.
Asperges: Witte asperges groeien onder
de grond, dus in het donker. Groeien de stengels in
het licht dan worden ze groen. Snij voor gebruik een
stuk van de onderkant af. Groene asperges hoeven niet
te worden geschild. Kook asperges in ruim water. De
groente is gaar wanneer de onderkant zacht is. Een andere
manier: doe asperges met een beetje zout en koud water
in een pan. Laat het water aan de kook komen en zet
het vuur uit. Laat de asperges in het kookvocht afkoelen.
Dit kun je van te voren doen. Als je de asperges nodig
hebt hoef je het water alleen nog maar aan de kook te
brengen en de asperges uit de pan te halen. Asperges
komen uit eigen land, maar ook uit onder meer Spanje.
Aspic: een heldere gelei, van vis,
gevogelte of vlees. Gemaakt van ingekookte bouillon
en gelatine. Wordt o.a. gebruikt voor terrines, als
garnering en om koude schotels te glaceren.
Assaisonner: op smaak brengen met
peper, zout en/of andere kruiden
Ata of chapattimeel: van deze volkoren
meelsoort wordt Indiaas ongerezen brood gebakken. is
goed te vervangen door volkorenbloem.
Aubergine: De paarse aubergine is
het meest bekend, maar er zijn ook witte, gele en gestreepte
varianten. De smaak is neutraal waardoor de groente
in tal van gerechten past. Bewaar de vruchtgroente niet
in de koelkast, maar op een koele plaats, bijvoorbeeld
in een voorraadkast. Was de aubergine voor gebruik,
verwijder het kroontje en snij hem in plakjes of blokjes.
Aubergines groeien in Nederlandse kassen, maar worden
ook aangevoerd uit onder meer Frankrijk en Italië.
Aumônière: Wijze van
garneren, waarbij de vulling in deeg of in een flensje
is verpakt. De aumônière is dichtgemaakt
met behulp van bieslook, julienne van prei, enz...
Aux fines herbes: bereid met verse
kruiden. De belangrijkste kruiden die daarvoor worden
gebruikt zijn peterselie, kervel, marjolein, bieslook,
dragon en sjalot.
Au-Bain-Marie: zie "Bain Marie"
A vif: van citrusvruchten schil verwijderen
en vervolgens het vruchtvlees van tussen de vliesjes snijden
Avocado: Avocado's worden aangevoerd
uit onder andere Afrika, Midden-Amerika en Israël.
Een rijpe avocado voelt bij lichte vingerdruk rond de
steelaanzet zacht aan en heeft zacht geel romig vruchtvlees
met een licht nootachtige smaak. Niet in de koelkast
bewaren. Het vruchtvlees verkleurt snel. Voor salades
eventueel besprenkelen met limoen- of citroensap. |